Na overwintering in de kas worden de geselecteerde eliteplanten uitgeplant in afzonderlijke veldjes van 5 bij 6 meter. Hiervoor worden de planten eerst weer gesplitst (gekloond). Meestal komen er vijf tot tien klonen in een veldje, die vervolgens samen afbloeien. De veldjes worden van elkaar gescheiden door rogge. Dit voorkomt ongewenste kruisbestuiving met andere grassoorten. Tijdens het groeiseizoen vindt er een strenge beoordeling plaats op uniformiteit. Afwijkende planten worden verwijderd. Ook wordt de doorschietdatum geregistreerd. In het najaar wordt het zaad van alle nieuwe kruisingen geoogst. Hiervoor moet het gras eerst een paar dagen narijpen en drogen in het zwad. Vervolgens wordt het zaad gedorst en geschoond.