Vanaf 1 januari 2004 dienen conform EU-verordening 2092/91 biologische boeren en tuinders binnen de EU gebruik te maken van uitgangsmateriaal (o.a. zaaizaad) dat biologisch is geproduceerd. Dit geldt ook voor de biologische melkveehouders bij het (door)zaaien van grasland en bij de zaai van groenbemesters op alle biologische bedrijven. Met de teelt van biologisch graszaad is in Nederland en ook in de omliggende landen nog weinig ervaring opgedaan.
Uit eerder onderzoek bleek dat de mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding toenamen naarmate de rijenafstand ruimer is. Bij Engels raaigras op zandgrond ging dit tot een rijenafstand van 50 cm iets ten koste van de zaadopbrengst; op kleigrond was er geen nadelig effect van deze ruime rijenafstand op de zaadopbrengst. Onbekend is wat de effecten van een ruime rijenafstand zijn in de biologische teelt met een terughoudend aanbod aan mineralen (met name stikstof) die bovendien overwegend in een organische vorm worden aangeboden. Vanuit de graszaadbedrijven bestaat de vrees dat bij ruime rijenafstanden bij zwadmaaien of van stam dorsen er grotere maaiverliezen zijn.
Beide aspecten zijn in dit project onderzocht.