Graszaadteelt |
Resultaten en conclusiesOrganische bemesting en rijenafstand Engels raaigras (2001) - Met de biologische teeltwijze van het tetraploïde ras Elgon bleven de gewassen in het voorjaar langdurig licht en open. Uiteindelijk was de zaadopbrengst toch nog redelijk; - De zaadopbrengst bleef bij de organisch bemeste objecten wel sterk achter ten opzichte van de gangbaar en terughoudend met kunstmeststikstof bemeste objecten; - De zaadopbrengst was bij de organisch bemeste objecten niet geringer bij de ruime rijenafstand van 50 cm dan bij de rijenafstand van 25 cm. Bij de met kunstmeststikstof bemeste objecten was de zaadopbrengst bij de ruime rijenafstand al dan niet betrouwbaar hoger dan bij de rijenafstand van 25 cm; - De stikstofopname door het gewas was vrij gering. Hoewel de temperaturen in het voorjaar gemiddeld hoger waren dan gemiddeld is de mineralisatie vermoedelijk traag op gang gekomen en was de beschikbaarheid van de stikstof uit de organische meststoffen vermoedelijk geringer dan werd aangenomen. De werkingscoëfficiënten van organische meststoffen voor graszaadgewassen dienen vermoedelijk naar beneden te worden bijgesteld; - Door o.a. het ontbreken van mogelijkheden om in de herfst een mechanische onkruidbestrijding uit te voeren van de aanwezigheid van opslagplanten van oliehoudende groenbemestingsgewassen moest veel wiedwerk worden uitgevoerd om het gewas voldoende onkruidvrij te krijgen.
Oogsttechniek en rijenafstand Engels raaigras (2001) - Naarmate de rijenafstand ruimer was, sloten de gewassen later. Dit gold met name voor het ras Bardessa (diploïd grasveldtype) en in mindere mate voor het (tetraploïde) ras Elgon; - De rijenafstand had gemiddeld over de rassen geen betrouwbaar effect op de aardichtheid. Bij Bardessa trad er een niet betrouwbare daling van de aardichtheid op naarmate de rijenafstand ruimer werd; - Er was geen duidelijk effect van de rijenafstand op de legering door het gewas; - Er was geen duidelijk effect van de rijenafstand op het vochtgehalte van het gedorste zaad bij de praktijkoogstmethodes; - Er was geen duidelijk effect van de rijenafstand en de oogstmethode op de kiemkracht van het zaad bij de praktijkoogstmethodes; - Bij de oogstmethode zwadmaaien/opraapdorsen was er bij de rijenafstand 37,5 cm een wat lager duizendkorrelgewicht dan bij de nauwere en ruimere rijenafstand; - Er traden ook bij de ruime rijenafstanden geen verliezen op als gevolg van het doorknippen van aren bij zwadmaaien of het van stam dorsen. Ook het oprapen van het gezwadmaaide gewas leverde bij de ruime rijenafstanden geen problemen op; - De zaadopbrengst bleef bij Elgon bij de praktijkoogstmethodes achter ten opzichte van de oogstmethode met de Hege. Bij het van stam dorsen was de zaadopbrengst bij dit ras betrouwbaar geringer dan bij zwadmaaien/opraapdorsen, met uitzondering van de rijenafstand 37,5 cm. Bij het ras Bardessa (met een geringe zaadopbrengst) was er geen betrouwbaar effect van de oogstmethode en de rijenafstand op de zaadopbrengst. Bij Elgon was alleen bij de zwadmaaien/opraapdorsen de zaadopbrengst bij een rijenafstand van 37,5 cm betrouwbaar geringer dan bij een nauwere en ruimere rijenafstand. Hiervoor is geen duidelijke verklaring; - Het vochtgehalte van het gedorste zaad was overeenkomstig de situatie in de praktijk bij het van stam dorsen hoger dan bij zwadmaaien/opraapdorsen.
Verwerking over onderzoeksjaren oogst 2000/2001 Mestsoorten/rijenafstanden: - De zaadopbrengst bij organische bemesting bleef 10-30 procent achter bij (100 kg N/ha) kunstmest; - De beschikbaarheid van de stikstof voor het gewas die met organische bemesting werd gegeven, viel in 2001 tegen. De normen voor de werkingscoëfficiënten van de stikstof in organische mest voor de zaadteelt van Engels raaigras dienen neerwaarts te worden bijgesteld; - Mede door opslag van uitgevallen zaad van groenbemestingsgewassen die in het verleden werden geteeld, moesten vele uren worden nagewied. Rijenafstand/oogstmethode: - De aardichtheid nam niet of nauwelijks af bij het verruimen van de rijenafstand tot 50 cm.
|