Gras voor de koe
 
Gras voor recreatie
 
Gras voor paarden
 
Groenbemesting
 
Koolzaad en Granen

Graszaadteelt


 

Discussie

Schade door de blinde-zadenziekte komt vooral voor in “2e jaars percelen” doordat de zwaar aangetaste zaden uit het eerste teeltjaar op het land achterblijven en zo een inoculumbron zijn voor de 2e teelt. Het afraden van deze teelwijze zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het beheersen van de blindezadenziekte. Mocht dit geen reële optie zijn, dan zal men de kans op blinde-zadenziekte kunnen verkleinen door er voor te zorgen dat er zo min mogelijk geïnfecteerde zaden achterblijven op het veld. Een methode kan zijn na de graszaadoogst zaden op te zuigen.
Het opvangen van kaf zou ook perspectief kunnen bieden.

Een andere mogelijkheid om deze zaden te vernietigen is het gebruik van hitte d.m.v. branders. Onderzoek zou moeten uitwijzen of deze methode afdoende, praktisch uitvoerbaar en economisch rendabel is.
Mogelijkheden om licht aangetaste zaden uit een partij te verwijderen door middel van bijvoorbeeld schonen met lucht, bleken niet toereikend, omdat licht aangetaste zaden in gewicht nauwelijks afwijken van gezonde zaden.

Een thermische behandeling van het zaad bleek uit onderzoek wel een goede bestrijding te geven. Onderzoek zou moeten uitwijzen of deze bestrijdingsmethode in de praktijk, met grote partijen, effectief en haalbaar is.

Wat tevens een bestrijding gaf was het lang (20-24 maanden) bewaren van het zaad. In deze periode sterft de schimmel af. Dit zou voor kleine specifieke partijen een goede bestrijdingsmogelijkheid kunnen zijn. Echter, voor grote partijen zal dit waarschijnlijk een (te) kostbare aangelegenheid zijn.

Op lange termijn kan de veredeling ook een optie zijn om blinde-zadenziekte te bestrijden.

Uit onderzoek bleek dat bij gebruik van stikstof de blinde-zadenziekte afneemt. Dit zou komen doordat het natuurlijke afweermechanisme van de plant toeneemt. In de Nederlandse teelt wordt het gebruik van stikstof al toegepast. Stikstofgiften, afhankelijk van de bodemvoorraad en soort gras, van 150 kg N/ha worden wel geadviseerd. Hierdoor wordt deze preventieve maatregel al veelvuldig toegepast.

Chemische bestrijding van de blinde-zadenziekte bleek op basis van de literatuur onvoldoende te zijn. Zaaizaadbehandeling was vaak onvoldoende en gaf bovendien een verlaging van de kiemkracht. Bij de bestrijding van de apotheciën in het veld (grondbehandeling) zijn er wel enkele fungiciden die een goede bestrijding gaven, maar deze werden in het onderzoek met zeer grote hoeveelheden water toegepast.

Toepassen van fungiciden als een volveldbespuiting waren wisselend. Bespuitingen om het gewas te beschermen bleken onvoldoende te zijn.

Mogelijke aanknopingspunten voor bestrijding zijn:

- Opzuigen van zaad na de oogst, opvangen van kaf en geïnfecteerde zaden;
- (ver)branden van oogstresten;
- thermische behandeling van het zaad;
- lang bewaren van het zaad;
- screening (nieuwe) fungiciden voor zaaizaadbehandeling en gewasbespuiting;
- veredeling.

Op basis van de geraadpleegde literatuur zou op korte en middellange termijn een thermische behandeling van het zaad en de screening van (nieuwe) fungiciden kunnen leiden tot goede bestrijdingsmogelijkheden. Op langer termijn kan de veredeling ook een (grote) bijdrage leveren aan het beheersen van de blinde-zadenziekte.