Gras voor de koe
 
Gras voor recreatie
 
Gras voor paarden
 
Groenbemesting
 
Koolzaad en Granen

Graszaadteelt


 

Conclusies

Op basis van het onderzoek zijn de volgende conclusies te trekken:

- Drijfmest kon in het voorjaar meestal goed worden toegepast, maar gaf een grotere variatie in gewasstand dan volledig met kunstmest bemeste gewassen;

- De N-werking van in graszaad toegediende varkensdrijfmest was naar schatting 50-60% en hangt o.a. af van de toedieningstechniek;

- Wanneer 1/3 van de N-behoefte werd toegediend via dierlijke mest, was de zaadopbrengst ca 65 kg per ha lager. Bij een hoger aandeel mest (2/3 van de N-behoefte) was de opbrengstdaling sterker met gemiddeld 125 kg minder zaad per ha t.o.v. van volledig kunstmest;

- Bij vroeg doorschietende rassen was het gunstiger de mest in maart toe te dienen, mits de gewasontwikkeling voldoende was en de grond een goede draagkracht had. Bij middenvroege en late rassen was het vanwege de latere gewasontwikkeling gunstiger de mest in april aan te wenden;

- Door de hoge vergoedingen voor het accepteren van dierlijke mest leverde het vervangen van een deel van de kunstmest door organische mest veelal een financieel voordeel op van € 20 tot € 200 per ha. De hoogte van het voordeel hangt af van de hoeveelheid mest en de mestprijs.