Gras voor de koe
 
Gras voor recreatie
 
Gras voor paarden
 
Groenbemesting
 
Koolzaad en Granen

Graszaadteelt


 

Resultaten en discussie

Op goed ontwikkelde gewassen kon de mest in maart zonder veel gewasschade worden toegediend. Bij minder ontwikkelde gewassen kwam vooral bij zodeinjectie wat grond op het gewas terecht. Bij de later toegediende mest was er geen sprake van zichtbare gewas-schade. Afhankelijk van de draagkracht was er wel sprake van insporing. Met sleepslangen-aanvoer kan dit deels worden ondervangen.

In alle proeven bleven de objecten waar deels dierlijke mest was toegediend achter in gewasgroei ten opzichte van de objecten met uitsluitend kunstmest. Tevens was de stand onregelmatiger met een lagere grondbedekking en een lichter groene bladkleur. In de loop van mei was van de onregelmatigheid als gevolg van de mesttoediening veelal weinig meer te zien en was de bodem in alle gevallen volledig bedekt. Het verschil in gewasmassa en bladkleur werd gedurende het groeiseizoen kleiner.

Het verschil tussen de objecten met alleen kunstmest en de objecten met deels dierlijke mest kan behalve door het effect van het berijden en de toediening van mest ook worden verklaard door een verschil in de beschikbaarheid van stikstof in april en mei. De werking van de minerale stikstof in de mest wordt mede bepaald door de hoeveelheid ammoniak vervluchtiging. Bij een vrij oppervlakkige toediening met een zodebemester of sleepvoeten is de vervluchtiging respectievelijk ca 20 tot 30%. Mest bevat daarnaast deels organisch gebonden stikstof wat eerst moet mineraliseren. De N-werking van in graszaad toegediende varkensdrijfmest mest komt hiermee op 50 tot 60%.In tabel 1 zijn alle objecten wat betreft aandeel mest gemiddeld over de rassen, tijdstippen en toedieningstechnieken. Het kunstmestobject had een 65 kg hogere zaadopbrengst per ha dan de objecten met 1/3 mest en een 125 kg hogere zaadopbrengst dan de objecten met 2/3 mest.

afbeelding

In tabel 2 zijn de objecten per ras/type uitgesplitst naar het toedieningstijdstip. Bij het grasveldtype waren er nauwelijks verschillen in zaadopbrengst tussen de mestobjecten en het kunstmestobject. Ondanks de in een aantal proeven opgelopen gewasschade bij de toediening van de mest waren de zaadopbrengsten gemiddeld over de proeven op een goed niveau. Bij het vroege tetraploïde ras gaf de vroege toediening een hogere opbrengst dan de late toediening. Bij het late ras bleef de opbrengstdaling t.o.v. het kunstmestobject bij late toediening beperkt. In afzonderlijke proeven werden overigens grotere verschillen in zaadopbrengsten gemeten van 0 tot 230 kg zaad per ha.

afbeelding

Bij afname van varkensdrijfmest op kleigrond worden momenteel prijzen van €5 tot €10 per kuub gegeven. Bij een uitrijtarief van €2.75 per kuub en een gift van b.v. 15 m3 levert dit €35 tot €110 op. Daarbovenop komt de besparing van kunstmest. In de berekeningen is uitgegaan van een prijs van €1.09 per kg N in KAS. In tabel 3 is op basis van de proefresultaten en een gemiddelde zaadprijs van €1,00 per kg zaad een schatting van het opbrengstverlies gegeven. Bij een juiste toepassing, zoals goede bodemomstandigheden, vroege toediening in maart bij vroege rassen en toediening in april bij late rassen kan de opbrengstdaling worden beperkt en levert het aanwenden van mest geld op.

afbeelding