Gras voor de koe
 
Gras voor recreatie
 
Gras voor paarden
 
Groenbemesting
 
Koolzaad en Granen

Graszaadteelt


 

Resulaten van het onderzoek

Toepassing in de dekvrucht wintertarwe en resultaten in open land

In twee screeningsproeven werden de mogelijkheden van de toepassing van Hussar met veldbeemdgras en roodzwenkgras als ondervrucht verkend. In de eerste proef werd op 13 april 2001 verschillende doseringen Hussar (100, 150 en 200 g/ha) gespoten. Dit gebeurde zonder plantaardige olie maar bij de middelste dosering werd ook een combinatie met Actirob B (1 L/ha) opgenomen. Als gevolg van de zeer natte herfst werd de wintertarwe met het gras pas op 21 december 2000 werd gezaaid. Het veldbeemd had op het moment van spuiten 2 tot 4 blaadjes en het roodzwenk 1 tot 2 blaadjes. Het roodzwenk leek de hoogste dosering wel te kunnen verdragen maar dat was bij veldbeemd niet het geval. Een dosering van 150 g/ha leek voor deze veldbeemdplantjes het maximum. De toevoeging van Actirob leidde tot enige vermindering van de stand van beide grassoorten.
In de tweede screeningsproef kon de wintertarwe en het gras tijdig (30-10-'01) worden gezaaid. Daarnaast werd ook later veldbeemd gezaaid (10-12-01). Op 25 maart 2002 werd 0,2 L Hussar gespoten waaraan al dan niet 1 L/ha Actirob B werd toegevoegd. De gelijktijdig met wintertarwe gezaaide ondervrucht was op het moment van spuiten gestart met uitstoelen. De laat gezaaide veldbeemd had twee tot vier blaadjes.

Beide ondervruchten en ook het laat gezaaide veldbeemd doorstonden deze bespuitingen goed.
In de tweede screeningsproef werd eind oktober 2002 nogmaals veldbeemd en roodzwenk gezaaid om nog meer zicht te krijgen op de toepassingmogelijkheden van Hussar in de dekvrucht wintertarwe met deze gewassen als ondervrucht. Op 14 maart 2003 werd naast een enkelvoudige dosering (200 g/ha) ook een dubbele dosering Hussar toegepast, beide in combinatie met 1 L/ha Actirob. Als gevolg van de winter waren de gewassen op de bespuitingsdatum nog aan het kiemen en waren slechts deels in het tweebladstadium. Beide doseringen waren voor deze amper ontwikkelde gewassen zeer schadelijk.

Tijdige zaai van de ondervrucht (voor 1 november) kan er voor zorgen dat de ondervrucht in de uitstoelingsfase is als Hussar in wintertarwe wordt toegepast. Is de ontwikkeling minder ver dan moet om schade te voorkomen de dosering worden verlaagd en Actirob B achterwege worden gelaten.

Het effect van de Hussar op straatgras werd vastgesteld aan straatgras die gelijktijdig met wintertarwe werd gezaaid. In het voorjaar van 2001 had het straatgras dezelfde ontwikkeling als het gelijktijdig gezaaide veldbeemdgras (2-4 blaadjes). In de najaar na de oogst van de dekvrucht wintertarwe was de grondbedek-king door het straatgras bij de dosering van 100 en 150 gram Hussar per ha gehalveerd. Een hogere dosering dan wel de toepassing van uitvloeier leidde niet tot een beter bestrijdingsresultaat. In de tweede screeningsproef werd in de herfst na de oogst van de dekvrucht geen effectiviteit van de voorjaarsbespui-tingen in de dekvrucht met Hussar vastgesteld vermoedelijk omdat het straatgras op het tijdstip van toepassing al in de uitstoelingsfase was. De bestrijding van de eind oktober 2002 gezaaide onkruidgrassen (straatgras, ruw beemdgras en Vulpia), waarvan de ontwikkeling op het moment van toepassing van Hussar ook nog gering was (kieming tot 3 blad), was volledig dan wel goed. Opvallend was dat Engels raaigras (gezaaid op 1 oktober 2002), dat bij de voorjaarsbespuiting met Hussar 2 bladeren tot twee spruiten had, door de enkelvoudige dosering grotendeels werd bestreden.

Toepassing in zaadgewassen veldbeemdgras en roodzwenkgras

In beide screeningsproeven is Hussar in het voorjaar van het zaadproductiejaar van veldbeemdgras en roodzwenkgras toegepast. In de eerste screeningsproef gebeurde dat op 25 maart 2002 en in de tweede screeningsproef op 14 maart 2003 (dosering 200 g/ha Hussar + 1 L/ha Actirob B). De gewassen leken deze bespuitingen goed te verdragen.
De bespuiting in het voorjaar van 2002 leidde in mei tot minder bloei van het straatgras (en daardoor mogelijk minder zaadvorming) dan bij het onbehandelde object en de stand van het straatgras was er minder dan bij het onbehandelde object. In de tweede screeningsproef werd de grondbedekking door straatgras in het voorjaar ook verlaagd na toepassing van Hussar.