Het saldo van graszaad kan bij hoge graanprijzen, zoals in 2007, niet concurreren met het saldo van graan. Het is dan moeilijk voor de graszaadfirma’s om voldoende areaal te contracteren, zodat de teelt van graszaad in Nederland onder druk komt te staan.
Naast verhoging van de minimumprijs kan de teelt van graszaad ook aantrekkelijker gemaakt worden door het oogstrisico te verminderen en de teeltkosten te verlagen. In Denemarken wordt al op grote schaal gewerkt met van stam dorsen. Het oogstrisico wordt hiermee verminderd, omdat het gewas niet in het zwad gelegd hoeft te worden. Ook wordt hiermee een werkgang maaien bespaard. Anderzijds moet het graszaad vochtig gedorsen worden en aansluitend direct gedroogd. Het belang van drogen neemt dus toe. De stookkosten en hoeveelheid arbeid bij drogen stijgen.
Het drogen van graszaad gebeurt nu gedeeltelijk door de telers zelf en gedeeltelijk wordt het geoogste product direct afgevoerd door de contracterende graszaadfirma, die dan het drogen verzorgt. Vooral dit laatste vraagt logistiek veel omdat het zaad na de oogst snel afgevoerd moet worden, terwijl bij de drogerij zeer veel tegelijk binnenkomt. Vanwege de logistiek is het dus een groot voordeel als er meer graszaad bij de telers gedroogd wordt. Veel bedrijven hebben hiervoor niet de apparatuur en/of ruimte. Een mobiel droogsysteem dat weinig ruimte vraagt en makkelijk opgezet en verplaatst kan worden, kan uitkomst bieden. In het kader van dit project wordt onderzocht wat het effect is van verandering van oogstmethode en van toepassing van een mobieler droogsysteem op de rendabiliteit van de teelt. Hiertoe wordt het effect op de volgende aspecten onderzocht: zaadopbrengst; vochtgehalte van het gedorste zaad; arbeidsbesparing stamdorsen t.o.v. maaien – zwaddorsen; droogkosten: arbeid en stookkosten.