Graszaadteelt |
InleidingDe graszaadsector heeft een moeilijke tijd gehad als gevolg van het wegvallen van een aantal cruciale herbiciden. In de tachtiger en het begin van de negentiger jaren werd ongeveer de helft van het areaal Engels raaigras onder dekvrucht wintertarwe geteeld. Met het wegvallen van TCA verviel deze mogelijkheid, omdat er geen middelen meer beschikbaar waren voor de bestrijding van opslagplanten van wintertarwe in deze grassoort. Hetzelfde gebeurde enkele jaren later met veldbeemdgras waar het wegvallen van TCA werd gevolgd door het verdwijnen van diuron, waarmee in deze grassoort ook tarweopslag kon worden bestreden. Uit het oogpunt van risicospreiding is het gewenst dat een deel van het areaal van Engels raaigras alvast in het voorjaar in een dekvrucht granen kan worden gezaaid. Doordat deze mogelijkheid een groot aantal jaren niet meer bestond, was de graszaadsector voor deze soort nagenoeg volledig op open landzaai (half september) aangewezen. Bij langdurig ongunstig weer in de periode van open land zaai kon in een aantal jaren minder worden gezaaid dan voor de mogelijke afzet gewenst was. Al in 1994 werd onderzoek gestart met de toepassingsmogelijkheden van Targa Prestige (quizalofop-P-ethyl) in veldbeemdgras. Het middel heeft al vanouds een toelating in de zaadteelt van rood- en hardzwenkgras, waar voor de bestrijding van onkruidgrassen als graanopslag, kweekgras en opslag van raaigrassen een dosering van 2 L per ha wordt aanbevolen. Deze dosering is te hoog voor de toepassing in Engels raaigras en veldbeemdgras. Het uitgevoerde onderzoek, overwegend gefinancierd door het productschap Granen, Zaden en Peulvruchten, was gericht op de effectiviteit en selectiviteit van lage doseringen van Targa Prestige in veldbeemdgras en Engels raaigras. Het onderzoek werd alleen op kleigrond (zuidwestelijk en centrale zeekleigebied) uitgevoerd. |