Graszaadteelt |
ConclusiesGemiddeld over de drie proefjaren was zowel in het Italiaans als in het Westerwolds raaigras in de veldjes met een bespuiting vóór bloei het aantal dode bladeren het laagste. Ook bladvlekkenziekte (Drechslera-soorten) werd in het Italiaans raaigras door deze bespuiting het meeste teruggedrongen. Echter, in het Westerwolds raaigras bleken de veldjes met een bespuiting vóór bloei juist meer bladvlekken te geven. Een bespuiting na bloei bleek in dit gewas de beste remedie tegen bladvlekkenziekte. De in mindere mate aanwezige kroonroest (Puccinia coronata) werd in beide gewassen het beste aangepakt door een bespuiting na bloei, echter ook de bespuiting vóór bloei had nog een goed effect op kroonroest. In het Italiaans raaigras ging een betere bestrijding van bladvlekkenziekte en het beletten van dood blad samen met een hogere zaadopbrengst. Een bespuiting met Tilt® vóór het in bloei komen van het gewas leek in de afzonderlijke jaren niet altijd zinvol. Gemiddeld genomen over drie proefjaren gaf een bespuiting met Tilt® kort vóór de bloei echter zowel bij het Italiaans raaigras als bij het Westerwolds raaigras een verhoging van de netto zaadopbrengst. Na economische berekening, op basis van de opbrengstgegevens uit de proeven, bleek een fungicidebespuiting voor Westerwolds raaigras gemiddeld niet interessant. In Italiaans raaigras was het gebruik van Tilt® vóór het in bloei komen van het gewas over de drie proefjaren wel rendabel. De andere toepassingstijdstippen (begin schieten, na bloei) gaven geen significante verhogingen van de financiële opbrengst. |