Graszaadteelt |
ResultatenUit de resultaten bleek dat over drie proefjaren alleen de bespuiting met Tilt® kort vóór de bloei, zowel bij het Italiaans raaigras als bij het Westerwolds raaigras, opbrengstverhogingen gaf. Dit was op andere toepassingstijstippen (begin schieten, na bloei) niet betrouwbaar het geval. Om deze reden zullen alleen de effecten van een bespuiting vóór bloei worden behandeld in onderstaande paragrafen. Italiaans raaigras Uit tabel 2, waarin de effecten van de Tilt® behandelingen op verschillende tijdstippen over de proefjaren heen zijn weergegeven, blijkt dat de veldjes met een bespuiting vóór bloei het laagste percentage dood blad hadden. Ook bladvlekkenziekte werd door deze bespuiting het meeste teruggedrongen. Het proefjaar 1998 kende meer bladvlekkenziekte dan de twee andere proefjaren. Een betere bestrijding van bladvlekkenziekte en het beletten van dood blad ging samen met een hogere zaadopbrengst. Kroonroest werd het beste aangepakt door een bespuiting na bloei, echter ook de bespuiting vóór bloei had nog een goed effect op kroonroest. Een afname in kroonroest leidde niet betrouwbaar tot een verhoging van de zaadopbrengst. In 1997 was er geen betrouwbaar effect op de zaadopbrengst van een bespuiting vóór bloei ten opzichte van onbehandeld (tabel 3). Het duizendkorrelgewicht werd in 1997 niet door de bespuiting beïnvloed. De kiemkracht leek nauwelijks af te nemen. In 1998 steeg de netto zaadopbrengst van 1.532 naar 1.800 kilo per hectare. Een betrouwbare stijging van maar liefst 17,5%. Zowel het duizendkorrelgewicht als de kiemkracht leken in 1998 iets af te nemen. In 1999 was er geen betrouwbaar effect op de netto zaadopbrengst. Het duizendkorrelgewicht nam iets toe, de kiemkracht enigszins af. Gemiddeld over de drie proefjaren leidde een bespuiting voor bloei tot een betrouwbare opbrengstverhoging van 6,8%. Geen grote nadelige effecten van de bespuiting vóór bloei werden gevonden op het duizendkorrelgewicht en de kiemkracht van het zaad. Westerwolds raaigras Bij een analyse over de drie proefjaren bleek ook bij het Westerwolds raaigras (zie tabel 2) dat de bespuiting vóór bloei het laagste percentage dood blad gaf. Bladvlekkenziekte werd door een bespuiting na bloei het beste bestreden. De bespuiting vóór bloei leek het percentage bladvlekken juist te doen stijgen. Kroonroest was slechts van geringe betekenis. |