Gras voor de koe
 
Gras voor recreatie
 
Gras voor paarden
 
Groenbemesting
 
Koolzaad en Granen

Graszaadteelt


 

Waarnemingen

Ziekten

Overeenkomstig de PD-richtlijn voor het uitvoeren van veldproeven ter bestrijding van diverse schimmels in graszaad is de ziekteaantasting voor en na de bespuiting met fungiciden vastgesteld aan het bovenste (= eerste = vlagblad) en het tweede blad, waarna de percentages voor de aantasting op deze twee bladeren zijn gemiddeld. Hiervoor zijn minimaal 15 aselect gekozen halmen beoordeeld op het percentage bladoppervlak dat door een schimmel was aangetast en het percentage dode bladeren. Vóór de bespuitingen is de aantasting alleen bepaald in de onbehandelde veldjes. De beoordeling van het effect van de behandeling gebeurde in de week voorafgaand aan de daarop volgende bespuiting. De eindbeoordeling vond plaats in de week voor de oogst. Als meer dan 75 procent van het blad geel/bruin was, is geen ziektewaarneming meer uitgevoerd en is het blad als dood beschouwd. Het aantal bladeren dat als dood werd beschouwd, is uitgedrukt ten opzichte van het aantal beoordeelde bladeren.
Bij de verwerking van de gewasparameters is naast het vaststellen van eventuele objectverschillen ook het effect van het al dan niet uitvoeren van een fungicidebespuiting bij begin schieten, respectievelijk vóór bloei dan wel na bloei onderzocht.

afbeelding

Opbrengst en kwaliteit

De gewasopbrengst is bepaald door vlak voor het dorsen de hoeveelheid geoogst gras (zaad + stro) luchtdroog te wegen. De NAK bepaalde van het gedorste zaad het percentage afval (kaf, niet voldoende gevuld zaad, verontreinigingen e.d.). Correctie van de bij het dorsen bepaalde bruto zaadopbrengst met het afvalpercentage leverde de netto zaadopbrengst op. Aan mengmonsters van het geschoonde zaad bepaalde de NAK per object de kiemkracht en het duizendkorrelgewicht van het zaad.