Gras voor de koe
 
Gras voor recreatie
 
Gras voor paarden
 
Groenbemesting
 
Koolzaad en Granen

Graszaadteelt


 

Resultaten en discussie

Effect van zwavelbemesting

Het effect van een zwavelbemesting was bij de proeven met een lage S-aanvoer van ca 30 kg S/ha goed te zien aan het gewas. Binnen een maand na de toediening bleef het gewas zonder S-bemesting achter in ontwikkeling. In de meeste proeven was er in juni geen verschil meer waarneembaar tussen de objecten zonder en met zwavelbemesting. In de proeven van 2004 (4-1 en 4-2) bleven de verschillen tussen de S0 en de andere objecten tot bij de oogst in stand en was in zowel een minder ontwikkeld gewas, een lichtere kleur groen, een lagere grondbedekking als minder legering zichtbaar.
Gemiddelde over de proeven bleef de zaadopbrengst van de S0-objecten achter bij de objecten met zwavelbemesting (tabel 2).

afbeelding

Tussen de aangebrachte niveau’s (S1, S2 en S4) van zwavelbemesting waren weinig verschillen te zien.
In de proeven van 2004 (proeven 4-1 en 4-2) was de zaadopbrengst van het object zonder zwavelbemesting ca 200 en 100 kg per ha lager in respectievelijk de 1e-jaars en de 2e-jaars proef. In de in 2005 geoogste proeven (5-1 en 5-2) is geen significant effect van zwavelbemesting op de zaadopbrengst aangetoond. Wel gaf de S2 met een S-gift van ca 20 kg per ha hogere opbrengsten. In 2006 bleef in de 1e-jaarsproef het object zonder zwavelbemesting wat achter in opbrengst t.o.v. de S1, maar had de S2 een vergelijkbare opbrengst als de S0. In de 2e-jaarsproef werd door het object S2 de hoogste zaadopbrengst bereikt. De verschillen waren echter niet significant. Alleen in de proef 4-1 was de zaadopbrengst van het object S0 significant lager. In deze proef gaf een gift van 20 kg S/ha een significante opbrengstverhoging. Wellicht was deze meeropbrengst ook al bereikt bij een gift van b.v. 10 kg S/ha.

afbeelding

S-advies

In twee van de zes proeven was een S-bemesting zinvol. De berekende S-aanvoer was in die proeven ca 30 kg S per ha. In de andere proeven waren de verschillen klein. Bij een S-aanvoer van 40 kg S/ha is in geen enkele proef een duidelijk effect van S-bemesting aangetoond. Ondanks de slechts geringe meerkosten van zwavelhoudende meststoffen kan gesteld worden dat het niveau van 40 kg S per ha als optimale behoefte kan worden aangemerkt.
Indien een bodemanalyse een lagere S-aanvoer aangeeft is het aan te bevelen met een S-bemesting de beschikbare hoeveelheid zwavel aan te vullen.

S- en N- opname

De zwavelopname in het gewas (zaad+hooi) van de objecten waar voldoende zwavel beschikbaar was bedroeg circa 15 kg S/ha. Gemiddeld over de proeven was de bij de eindoogst gemeten hoeveelheid zwavel al in vlagbladstadium in het gewas aanwezig. Ook voor stikstof was dit vastgesteld. Het lijkt dus van belang dat de benodigde hoeveelheid stikstof en zwavel al vroeg in het groeiseizoen beschikbaar is. Het aanbod van zwavel lijkt niet bepalend te zijn voor de stikstofopname. De objecten met een zwaveltekort hadden dezelfde N-opname als de andere objecten.