Afhankelijk van bodemvoorraad en de graszaadsoort moet er in het na- en/of het voorjaar een bemesting plaatsvinden. Houd bij een gemiddelde bodemvoorraad de volgende normen aan:
- Engels raaigras 140 kg N/ha in het voorjaar
- Italiaans raaigras 90 kg N/ha in het voorjaar (zonder maaien of beweiding)
- Rietzwenkgras 60 kg N/ha in het najaar en 120 kg N/ha in het voorjaar
- Roodzwenkgras 60 kg N/ha in het najaar en 70 kg N/ha in het voorjaar
Bovenstaande adviezen zijn algemeen. Nadere informatie vindt u in onderstaande tabel.
1) Als eerstejaars gewassen slecht ontwikkeld onder de dekvrucht vandaan komen of laat gezaaid zijn, wordt geadviseerd de bovengrens van het traject te hanteren, in alle andere gevallen de ondergrens.
2) Bij overjarige gewassen is de hoeveelheid minerale bodem-N in het voorjaar meestal erg laag. Ga daarom uit van een standaardgift van 160 kg N/ha.
3) Bij beweiding in de herfst bedraagt de gift 180-200 kg N/ha.
4) Bij een zeer goede ontwikkeling of na rijke dekvrucht volstaat 30 kg N/ha.
5) Eerste gift: tweede helft augustus (herfstsnede) of februari (voorjaarssnede).
Tweede gift: na de voedersnedewinning.
6) Bij grasveldtypen bedraagt de gift 50 kg N/ha.
Begin februari ontvangt u per brief een indicatie van de benodigde bemesting en aandachtspunten voor het strooien of uitrijden van de bemesting. Neem bij twijfel contact op met uw teeltbegeleider.
Aandachtspunten bemesting
Bij een vroegen bemesting kan men de N-gift splitsen. Na 15 maart dient men de stikstof in één keer te geven. Overleg met uw teeltbegeleider in welke vorm u de stikstof toedient.
Kalkamonsalpeter
Stikstof in de vorm van kalkammonsalpeter wordt nog steeds veel gebruikt in de graszaadteelt. Blijft u deze meststof gebruike, deel de gift dan in 2/3 vroeg en 1/3 later.
Langzaamwerkende meststoffen
Tegenwoordig staan z.g. alternatieve meststoffen zoals langzaam werkende meststoffen meer in de belangstelling. Een voorbeeld hiervan is Entec. Entec bevat ammonium stikstof en zwavel. Vanwege de langzame werking dient Entec eerder toegepast te worden dan de traditionele kalkammonsalpeter. Het grote voordeel is de verminderde uitspoeling (tot wel 15 tot 20% betere stikstofbenutting) en een gelijktijdige zwavelbemesting. Op gronden met een (klein) zwaveltekort resulteert dit in een betere opname van stikstof.
Let op: Stoffen als Entec en zwavelzure ammoniak hebben een PH-verlagend effect op uw bodem. Extra aandacht hiervoor op lichte gronden met een laag organisch stof gehalte. Een goede PH is bepalend voor goede opbrengsten.
Urean
Een andere alternatieve meststof, en erg populair op dit moment, is Urean. Groot voordeel van Urean is een goede verdeling. Na toediening duurt het circa 2 dagen voordat het beschikbaar is voor de plant. Er kunnen ammoniakverliezen tot 10% optreden op droge gronden. Regen kort na toepassing is positief.
Let op: Grootste risico van Urean is verbranding. Spuit Urean op een droog afgehard gewas. Zorg ook dat uw spuit geschikt is voor vloeibare meststoffen.
Drijfmest
De hoeveelheid drijfmest die gebruikt mag worden, is afhankelijk van het fosfaatgehalte van de mest en de fosfaat toestand van uw bodem. Vanaf 2010 mag u op percelen met een hoge Pw-waarde minder fosfaat aanwenden. Voor de actuele regelgeving rondom dit onderwerp kunt u het beste contact opnemen met uw bemestingsadviseur.
De datum voor het uitrijden van dierlijke mest is gelijk aan dat van 2009. Tussen 16 september en 1 februari geldt een strooiverbod. Drijfmest mag op zand- en löss tot en met 31 augustus uitgereden worden en op klei- en veengrond tot en met 15 september.
Voordeel van drijfmest: er wordt voldoende Kali meegegeven voor een optimale groei. Als drijfmest pas half maart wordt toegediend, kan men beter vooraf 50 kg N/ha strooien.
Let op: Zorg voor een goede verdeling en wacht tot de bodem voldoende draagkrachtig is.
Benutten extra stikstofruimte
In het voorjaar (Italiaans raaigras) en in het najaar kunt u met uw graszaadperceel extra stifstofruime creëren. Hiervoor gelden de volgende regels:
Tijdelijk grasland
Geef uw perceel Italiaans raaigras in het voorjaar op als tijdelijk grasland. Wanneer u van 1 januari tot minstens 15 april niet maait of beweidt (voorjaarssnede dus na 15 april) mag u 50 kgN/ha (zand-, löss- en veengrond) of 60 kg N/ha (kleigrond) extra tellen.
Geef uw perceel graszaad in het najaar op als tijdelijk grasland. Wanneer u vanaf 15 augustus tot minstens 15 oktoberuw perceel laat begrazen of laat maaien mag u 80 kg N/ha (zand-, löss- en veengrond) of 95 kg N/ha (kleigrond) extra tellen.
Overjarig graszaad
U kunt uw overjarig perceel graszaad opgeven als volgteelt. U mag dan 45 kg N/ha extra tellen.