Grondruil houdt graslandkwaliteit op peil
'Mijn grasland is heilig. Daar komt niemand zomaar op', zegt Theo van den Hoven tijdens een rondje over de huiskavels. De veehouder is zuinig op z'n grasland en probeert de kwaliteit zo hoog mogelijk te houden. Dit gebeurt onder andere door regelmatig grond te ruilen met een akkerbouwer, waarna er in het najaar weer nieuw gras wordt ingezaaid.
Het is eind februari en de natte sneeuw valt in kleine plukjes naar beneden. Theo van den Hoven is druk met de afbouw van zijn nieuwe ligboxenstal. De belangrijkste klus die nog geklaard moet worden is de ombouw van de oude naar de nieuwe melkput. Daarna moeten hier en daar nog wat kozijnen en deuren worden aangebracht. 'De komende weken is het dus nog even heel druk, maar daarna hebben we het ook goed voor elkaar en kunnen we er weer een tijdje tegen', zegt de veehouder met een glimlach. Ondanks de drukte maakt Van den Hoven graag tijd vrij voor een gesprek over grasland en graslandmanagement. 'Want daar is in praktijk nog veel te weinig aandacht voor', zo vindt hij.
Grondruil met akkerbouwer
Een belangrijk onderdeel van Van den Hoven's bedrijfsvoering is een samenwerkingsverband met een akkerbouwer in de buurt. Behalve uitwisseling van arbeid en machines hebben beide ook vaste afspraken gemaakt over onderlinge grondruil. Jaarlijks wisselt Van den Hoven ongeveer vijf hectare grasland in voor bouwland, waarop hij maïs verbouwt. Hierdoor wordt het totale graslandareaal van 31 hectare elke zes tot zeven jaar vernieuwd. Op de graspercelen komen meestal vroege aardappelen te staan. Omdat deze al in augustus of september worden gerooid, is er ruim de tijd om onder goede omstandigheden weer gras in te zaaien.
Kweek stelselmatig onderdrukken
Tot nu toe is Van den Hoven zeer tevreden over deze manier van werken, vooral omdat de kwaliteit van het grasland door de nieuwe inzaaien prima op peil blijft. Belangrijkste voordeel vindt hij dat het aandeel kweek stelselmatig wordt onderdrukt door nieuw inzaaien. 'In een goede grasmat hoort zo min mogelijk kweek thuis. De voederwaarde is in vergelijking met andere grassen zeer matig en de smakelijkheid is ook veel slechter. Op veel graslandpercelen zie je de kweek al een beetje kwijnen – en soms zelf al rotten – voordat het Engels raaigras hoog genoeg is om te maaien. Dat geeft dus onherroepelijk een mindere kwaliteit kuil', zo stelt de veehouder.
Ander voordeel van grondruil vindt hij dat de nieuwe inzaai onder goede omstandigheden in het najaar kan gebeuren. Van den Hoven: 'Bij voorjaarsinzaai raak je vrijwel altijd de eerste twee sneden kwijt. Dat is dus beste een flinke aanslag op de productie. Verder is het heel lastig om kweek voldoende kapot te spuiten. Voorjaarsinzaai lukt daardoor nooit zo goed als najaarsinzaai.'
Veel aandacht voor onkruidbestrijding
Om de kwaliteit van het grasland zo hoog mogelijk te houden besteedt Van den Hoven veel aandacht aan de onkruidbestrijding. Tijdens het groeiseizoen controleert hij zijn percelen regelmatig op onkruiden en voert hij zo nodig met zijn eigen veldspuit een bespuiting uit. De belangrijkste onkruiden zijn muur, herderstasje, paardenbloem en ridderzuring. Omdat ridderzuring met een gangbare voorjaarsbespuiting vaak onvoldoende wordt bestreden, probeert de veehouder dit onkruid zo veel mogelijk handmatig te verwijderen. 'Tijdens het koeien halen neem ik vaak een schop mee om de ridderzuring met wortel en al uit te steken. Als je dat consequent bijhoud, dan raak je het na verloop van tijd redelijk goed kwijt', zo stelt hij.
Volgens de veehouder wordt er in de praktijk vaak te lang gewacht met een onkruidbestrijding. 'Veel collega's proberen onkruiden met maaien weg te krijgen. Maar lukt eigenlijk nooit goed genoeg. Vooral muur en herderstasje zijn na het maaien zo weer terug en ze stoelen dan vaak nog sterker uit dan voorheen. In mijn ogen moet daarom minimaal één in de twee jaar een onkruidbestrijding uitvoeren, dan hou je de percelen mooi schoon.' Omdat van den Hoven zelf een kleine veldspuit bezit, heeft hij niet alleen de mogelijkheid om het ideale spuitmoment uit te kiezen, maar kan hij ook met de middelendosering variëren. 'Meestal pak ik een halve tot driekwart van de adviesdosering. Daar behaal ik vrijwel altijd prima resultaten mee. En op jaarbasis scheelt dat zo weer enkele honderden euro's', zo stelt hij. Ook heeft hij met een eigen veldspuit de mogelijkheid om bij broeierig weer in de zomer een aparte bestrijding tegen ridderzuring uit te voeren. 'Bij andere veehouders gebeurt dat niet zo snel, omdat de loonwerker daar toch weer apart voor moet komen', zo besluit hij.