|
|
Nieuw grasland stuwt ruwvoerkwaliteit omhoog![]() Evert Korenberg is bedrijfsleider bij proefboerderij Landbouwsluis in Genemuiden (Ov.). Het bedrijf beschikt over 50 hectare grond (klei op veen), waarvan 42 hectare in gebruik is als grasland. De overige 8 hectare wordt ingevuld met maïs. Er zijn 75 melkkoeien op het bedrijf aanwezig. Het melkquotum bedraagt ca. 725.000 liter. De gemiddelde jaarproductie lig op 9550 kg met 4,26% vet en 3,48% eiwit. Proefboerderij Landbouwsluis in Genemuiden heeft de afgelopen zeven jaar ongeveer de helft van zijn graslandareaal vernieuwd. Volgens bedrijfsleider Evert Korenberg heeft dit de ruwvoerkwaliteit flink omhoog gestuwd. ,,Eigenlijk ben ik meer van de fokkerij dan van het grasland'', zo waarschuwt Evert Korenberg alvast bij binnenkomst in de bedrijfskantine. En dat blijkt niks teveel gezegd: aan het plafond hangen vele tientallen lintjes die de afgelopen jaren tijdens fokkerijshows bijeen zijn gesprokkeld. Verder staan er een groot aantal bekers te glimmen op de tafeltjes langs de muren. Het eerste kwartier van het gesprek gaat dan ook over fokkerijzaken, want dat is de tak van sport waar het bedrijf Landbouwsluis de afgelopen jaren landelijke bekendheid mee heeft verworven. Hoewel er behoorlijk wat exclusief fokmateriaal op het bedrijf rondloopt, moet deze gewoon in de koppel presteren. ,,Om deze dieren zo goed mogelijk tot hun recht laten komen proberen we alle onderdelen van de bedrijfsvoering – dus ook de ruwvoerkwaliteit – op een zo hoog mogelijk peil te brengen'', zo geeft de bedrijfsleider zijn strategie weer. Om deze reden heeft hij de afgelopen zeven jaar stapsgewijs ruim 20 hectare grasland vernieuwd. Zeer matige draagkracht Dat de ruwvoerwinning op het bedrijf geen gemakkelijke zaak is, blijkt wanneer we achter het bedrijf de huiskavel oplopen. Omdat deze maar een paar honderd meter achter de zeedijk ligt, is het kleipakket (op veen) slechts 40 centimeter dik. De draagkracht is hierdoor op z'n zachtst gezegd zeer matig. Vanwege het grote risico van vertrapping is de beweiding van de huiskavel elk jaar weer een kwestie van schipperen. Korenberg: ,,Afhankelijk van het weer proberen we na de eerste snede een week of zes te weiden. Maar door de toenemende wisselvalligheid van het weer neig ik er steeds meer naar om de koeien maar helemaal binnen te laten. Dat is misschien jammer voor de bezoekers die we hier regelmatig krijgen, maar voor de grasmat is het een zegen. Daarnaast wordt het ook arbeidstechnisch steeds interessanter om de koeien maar helemaal binnen te laten.'' Andere nadelige gevolgen van de matige draagkracht zijn dat de vroege voorjaarsbemesting altijd zeer voorzichtig (met sleepslangen) moet worden uitgevoerd en dat de laatste snede lang niet altijd kan worden binnengehaald. Ook moeten de kuilplaten elke paar jaar worden opgehoogd omdat deze – in tegenstelling tot de bedrijfsgebouwen – niet op palen zijn gebouwd. Maaipercelen nieuw ingezaaid Hoewel nieuw inzaaien op deze grond de nodige risico's met zich meebrengt, heeft Korenberg de afgelopen jaren toch stevig ingezet op vernieuwing van de maaipercelen. Hiervoor is de (maïs)grond in het voorjaar eerst geëgaliseerd en daarna meteen ingezaaid. Op advies van graslanddeskundige Henri Meuleman van Euro Grass is op de laatst vernieuwde percelen MaaiBalance IV (60% Engels raaigras tetraploïd, 20% Engels raaigras diploïd en 20% Timothee) ingezaaid. Dit mengsel staat garant voor een vroege productie en een hoge opbrengst. Hoewel nieuw inzaaien op deze grond een behoorlijke kostenpost is – en het bovendien meerdere jaren duurt voordat de grond weer zijn oorspronkelijke stevigheid terugkrijgt – is het volgens Korenberg toch de moeite waard geweest om de vernieuwing door te zetten. ,,Als je de grasmat van nu vergelijkt met de oude grasmat, dan is dat een wereld van verschil. Vroeger stond er vooral kweek en heel veel waterminnende grassen met een zeer slechte voederwaarde. Nu staan er vrijwel alleen kwaliteitsgrassen.'' Volgens de bedrijfsleider is de ruwvoerkwaliteit de laatste jaren dan ook duidelijk beter geworden. ,,Met een variatie van 955 tot 980 VEM is de voederwaarde van onze graskuilen beter dan voorheen. We melken daardoor ook beduidend beter dan enkele jaren geleden''', zo besluit Korenberg. |