|
|
Nieuwe rassen op alle fronten beterNieuwe grasrassen scoren op alle belangrijke eigenschappen beduidend beter dan de toprassen van tien of vijftien jaar geleden, zo blijkt uit langjarige analyses en vergelijkingen. ![]() Uit analyses blijkt ondermeer dat de drogestofopbrengst in 10 jaar tijd met gemiddeld 5 procent is toegenomen. Uitgaande van 14 ton drogestof betekent dit dus een toename van 700 kg drogestof per jaar. Ook kroonroestresistentie veel beter Ook de resistentie tegen kroonroest is de afgelopen jaren met stappen vooruit gegaan. De huidige rassen van Engels raaigras scoren op deze eigenschap ruim één punt hoger dan de rassen van rassenlijst 1994. Deze vooruitgang geldt zowel voor het late type als voor het middentijdse type. Ook bij diploïde en tetraploïde rassen is de vooruitgang min of meer gelijk, al is het niveau van de tetraploïde rassen nog wel duidelijk hoger dan dat van diploïde rassen. ![]() Welk profijt bieden nieuwe rassen? Door regelmatig nieuwe rassen in te zaaien kan dus zowel in opbrengst als in kwaliteit flink vooruitgang worden geboekt. Verhoging van de drogestofopbrengst kan enerzijds worden gebruikt om met dezelfde bemesting meer grasopbrengst te krijgen, waardoor op voeraankoop kan worden bespaard. Anderzijds kan bij voldoende ruwvoer op het bedrijf de hogere opbrengstpotentie ook worden benut voor een gelijke graslandproductie met een lagere stikstofbemesting. Gebruik van nieuwe rassen met een hogere productiepotentie is bovendien gunstig voor een betere mineralenbenutting. Het gebruik van nieuwe, betere grasrassen betekent dus hoe dan ook een positief effect op het bedrijfsinkomen van de veehouder. |