Gras voor de koe
 
Gras voor recreatie
 
Gras voor paarden
 
Groenbemesting
 
Koolzaad en Granen

 

’Tetra’s kunnen prima mee in standvastigheid’

Standvastigheid en zodedichtheid; hoe moet je deze twee eigenschappen waarderen? En hoe zit het met de verschillen tussen diploïde en tetraploïde rassen? Veredelaar Lukas Wolters geeft uitleg.

Standvastigheid of zodedichtheid: welke eigenschap is het belangrijkste voor de veehouder?

Standvastigheid of zodedichtheid: welke eigenschap is het belangrijkste voor de veehouder?

“Misschien eerst maar even het verschil tussen beide. Grasrassen met een goede standvastigheid blijven langer aanwezig in de zode. Dat betekent dat ze – bij een gelijkmatige uitzaai – ook langer gelijkmatig verdeeld blijven over het perceel. Een goede standvastigheid zorgt dus voor minder ‘gaten’ in de zode, waardoor onkruiden als straatgras en muur veel minder kans krijgen om zich te nestelen. Zodedichtheid zegt vooral iets over de dichtheid per plant of pol. Op zich is een hoge zodedichtheid dus goed, maar het wordt van minder waarde wanneer er pollen wegvallen waardoor er gaten ontstaan. Ik zeg daarom: standvastigheid is belangrijker dan zodedichtheid.”

Veel veehouders denken dat tetraploïde rassen minder standvastig zijn dan diploïde rassen en daardoor sneller een open zode geven. Klopt dat beeld?

“Vroeger was dat inderdaad zo, maar tegenwoordig is er vrijwel geen verschil meer in standvastigheid. Gemiddeld scoren alle diploïde rassen op de Rassenlijst maar 0,2 tot 0,3 punt hoger op standvastig dan de tetra’s. En bij de nieuwste generatie rassen is dat verschil nog kleiner; ergens tussen de 0,1 en 0,2 punt. Ter vergelijking: tien jaar geleden zat er bij deze eigenschap bijna één heel punt tussen diplo’s en tetra’s; toen maakte het dus echt wel wat uit.”

Hoe moet je als veehouder de eigenschap standvastigheid eigenlijk beoordelen?

Wat is praktisch gezien het verschil tussen bijvoorbeeld een 8 en een 8,5 op de Rassenlijst?

“Het verschil zit ‘m vooral in de langere levensduur van de grasmat. Heel globaal kun je stellen dat je met een half punt meer voor standvastigheid het nieuw inzaaien van grasland met één á twee jaar kunt oprekken. Dus als je een ingezaaid grasras met een 8 voor standvastig na vijf jaar opnieuw zou willen inzaaien, dan zou je dat met een ras met een 8,5 voor standvastigheid pas na zes of zeven jaar doen.”